Posts tonen met het label slaatje. Alle posts tonen
Posts tonen met het label slaatje. Alle posts tonen

zondag 19 januari 2014

Quinoa met prei en pompoen

Gezond eten is niet zo moeilijk als je thuis bent en je eigen maaltijd kan bereiden. Het probleem stelt zich vooral als je niet thuis eet, en dan vooral als je een lunch wil meedoen naar je werk. Broodjes en pastaslaatjes zijn nefast gezien de hoge hoeveelheid koolhydraten, slaatjes zijn ‘te koud’ in de winter. Wij hebben de oplossing gevonden met quinoa.

Quinoa was vroeger enkel gekend bij de diehard macrobioten, maar staat nu volop in de belangstelling. 2013 is zelfs door de Verenigde Naties uitgeroepen tot “Jaar van de Quinoa” Iedereen weet ondertussen dat dit supervoedsel is. Quinoa is geen graan maar familie van de spinazie en past dus in een glutenvrij dieet, het bevat veel vezels en is een volledig proteïnepakket. Volgens de FAO, de Wereldvoedsel- en Landbouworganisatie, is het de enige plant die alle essentiële aminozuren en vitaminen bevat. Probeer altijd biologische fairtrade quinoa te kopen, dit is de enige die het productieproces duurzaam probeert te houden.

Prei en pompoen zijn echte wintergroenten, ze passen dus in een winterlunch.


Wat heb je nodig (voor 2 personen)
  • 150 g quinoa (bio en fairtrade)
  • 250 g pompoen (Hokkaido) – in blokjes van 1 cm
  • 2 preien – in ringen van 1 cm breed
  • 2 teentjes look - fijngesneden
  • 2 el gehakte peterselie
  • 50 g pijnboompitten (licht geroosterd) of andere nootjes (gehakt dan)
  • citroensap
  • olijfolie
  • klontje boter
  • p/z (naar smaak)
  • 1 tl tijmblaadjes

Hoe maak je het? 
  1. Begin met de groenten panklaar te maken. Bij de prei snij je het harde groene deel af  (lichtgroen is oké). Snij dan van de baard (wit gedeelte) naar het groene gedeelte door de prei. Laat de wortelkant aan elkaar vast zitten. Hou de prei nu onder de kraan en laat het water van het wit naar het groen stromen. Wrijf een beetje op de groene blaadjes om alle aarde te verwijderen. Snij nu het uiteinde met baard eraf. Laat de preien uitlekken. Snij in ringen.
  2. Ik kies altijd voor een Hokkaido pompoen, die bestaan ook in kleine maten en je mag de schil eraan laten. Wees voorzichtig met het doorsnijden van de pompoen. Neem een grote snijplank en een scherp koksmes. Leg de pompoen op een theedoek zodat hij niet kan wegglijden en snijd hem doormidden. Haal de pitten en draden uit de halve pompoen en leg hem op het snijvlak. Snij de pompoen in maantjes. Leg die dan op hun zijkant om ze in blokjes te snijden.
  3. Verhit de boter en 1 el olijfolie in een hapjespan (hoge pan met deksel) en voeg de prei, de look en de pompoen toe. Roer goed om en bestrooi met de tijm en peper en zout. Zet een deksel op de pan en laat zachtjes gaarstoven (15 à 20 minuten).
  4. Spoel intussen de quinoa in een zeef onder stromend water. Doe 300 ml water en een beetje zout in een kookpot en breng aan de kook. Giet de gespoelde quinoa in het water. Zet het deksel op de pot en laat 10 minuten heel zachtjes koken, er mag geen stoom ontsnappen. Zet het vuur dan uit en laat de pot nog een aantal minuten staan tot al het water is opgenomen.
  5. Doe de pijnboompitten in een pannetje met antiaanbaklaag en bak op een laag vuurtje. Je moet het pannetje regelmatig schudden en in de gaten houden, pijnboompitten verbranden snel. Als de pitjes lichtbruin zijn moet je ze van het vuur halen en in een schaaltje gieten (niet in de pan laten om verder roosteren te vermijden).
  6. Meng de gare groenten met de quinoa en de pitjes. Strooi er peterselie over, het sap van een halve citroen (of meer/ minder naar smaak) en 1 el olijfolie.

Je kan dit gerecht zo opeten of er een beetje kaas over strooien en onder de grill zetten, maar wij nemen het mee naar ons werk als lunch. 


Dit recept is geïnspireerd op een recept van Hugh Fearnley-Whittingstall.


maandag 24 juni 2013

Zomerslaatje met gemarineerde paprika en pecorino

Het originele aan dit slaatje is het gebruik van kappertjes. Het woord kappertje komt van het Perzische kabar of het Arabische qabbār. Kappertjes zijn de bloemknopjes van de plant Capparis spinosa. Deze plant groeide oorspronkelijk in het wild op rotswanden in de landen rond de Middellandse Zee, maar wordt nu gekweekt. De bloemknopjes worden geconserveerd in zout, ingelegd in azijn of in wijn. Kappertjes smaken peperig en licht zuur en zout. De smaak lijkt op die van de Oost-Indische kers waarvan de zaadjes ook kunnen ingemaakt worden als een soort "kappertje". Ook met de kleine bloemknopjes van de paardenbloem kan je kappertjes maken.




Wat heb je nodig?
voor 2 personen
  • 2 gepelde paprika’s (rode of gele)
  • 4 el olijfolie
  • 1 el balsamicoazijn
  • 1 el water
  • ½ tl rietsuiker of gula java
  • 2 takjes verse tijm
  • 1 teen knoflook in dunne plakjes gesneden
  • 2 soeplepels platte peterselieblaadjes
  • 20 basilicumblaadjes
  • 1 el kappertjes (uitgelekt)
  • zout en vers gemalen zwarte peper
  • 30 à 50 g geschaafde pecorino (naar smaak)
    Pecorino kan je gemakkelijk schaven met een dunschiller.
  • 100 g “groene blaadjes”
    Groene blaadjes zijn een mix van jonge slablaadjes, waterkers, jonge rucola, veldsla, jonge spinazie, … alles dat fris en groen is. Maak een mengeling naar smaak of naar marktaanbod, maar zorg voor een peperige ondertoon.


Hoe maak je het?
  1. Begin een dag op voorhand met de paprika’s (zie hiervoor de blog Paprika's zonder vel).
  2. Snij de gepelde en afgekoelde paprika’s in brede repen en giet er de marinade over, dek af. Laat minstens een uur maar liefst een hele nacht marineren.
  3. Voor de marinade klop je 2 el olijfolie, 1 el balsamicoazijn, 1 el water, ½ tl rietsuiker, 2 takjes tijm, de plakjes knoflook  en een beetje zout en peper door elkaar.

Hoe werk je het af?

Meng de groene blaadjes voorzichtig met de peterselie en de basilicumblaadjes, doe er de kappertjes bij en de geschaafde pecorino. Verdeel over twee borden en werk af met de reepjes paprika, de marinade en indien nodig nog wat peper en zout.



Dit slaatje dat je kan eten als voorgerecht of als lichte avondmaaltijd is geïnspireerd door een recept van Ottolenghi.


zondag 16 juni 2013

Paprika's zonder vel



In de Verenigde Staten loopt een campagne die de Amerikanen wil aansporen om 5 porties groenten en fruit per dag te eten. Een gelijkaardige campagne bestaat ook bij ons, wat is daar dan zo speciaal aan? De Amerikaanse campagne heeft een originele invalshoek, namelijk kleur en ze heet dan ook “5 a day, the color way”. Volgens onderzoeker Daniel Nadeau is een maaltijd pas echt gezond als hij 5 kleuren groenten of fruit bevat: wit, blauw(paars), rood, groen en oranjegeel. De kleurpigmenten in groente en fruit zouden namelijk allemaal een ander effect hebben op de gezondheid. Het pigment rood is bijvoorbeeld heel goed voor het hart en de bloedsomloop.

Het boek heet "The Color Code" en het lijkt me vooral een ludieke manier om mensen aan te sporen meer gevarieerd te eten. Wat er ook van zij, ik hou van de kleur rood en ben verslaafd aan aardbeien, kersen, bessen allerhande maar ook aan tomaten en rode paprika’s. Nu de zomer in aantocht is kunnen we weer genieten van slaatjes en dipsausjes met deze kleurrijke groenten.

De rode paprika is een welkome gast op ons zomerbord, maar is soms moeilijk te verteren. Traditioneel wordt dan verteld dat je de paprika moet blakeren boven de vlam van je gasvuur om het velletje gemakkelijk los te krijgen. Heel handig als je geen gasvuur hebt J . Die zwarte velletjes plakken trouwens overal aan. Enkele weken geleden las ik het boek My Berlin Kitchen van foodblogster Luisa Weiss en zij onthulde het geheim van haar moeder, een echte Italiaanse mama. Rode paprika’s moet je 45 minuten in een oven leggen van 190°C, af en toe eens omdraaien en dan kan je het velletje er in één keer afhalen. De paprika’s zijn gaar, maar stevig en klaar voor gebruik. Ik maak er altijd een aantal tegelijk klaar en durf er ook al eens een paar ingeprikte aubergines bijleggen, kwestie van de energie van de oven nuttig te gebruiken. De ontvelde paprika’s kan je enkele dagen bewaren in de koelkast als je er een laagje olie over giet. De gegaarde aubergines kan je gebruiken voor een lekkere dipsaus.



 Hoe ga je te werk?
  • Warm de oven voor op 190°C
  • Was de paprika's en leg ze op de rooster van de oven
  • Leg ook een ovenplaat in de oven met daarop een schaal om het vocht van de paprika's op te vangen
  • Laat de paprika's 45 minuten in de oven en draai ze af en toe om zodat ze gelijkmatig bakken. Op het einde van de baktijd kan je ze recht zetten
  • Haal de paprika's voorzichtig uit de oven en leg ze een tiental minuten in een schaal of plastic doos die je kan afdekken. Door de damp zal het velletje loslaten
  • Trek eerst voorzichtig de steel uit de paprika, op die manier heb je al een deel van de zaadjes mee
  • Trek dan voorzichtig het velletje eraf, meestal kan je het in één stuk eraf halen
  • Trek of snij de paprika open en haal de rest van de zaadjes eruit
  • Laat uitlekken