zaterdag 20 juli 2013

Sangría, what's in a name?

Als de thermometer op ons terras 25°C in de schaduw aanduidt, maken we Sangria en wanen we ons in Spanje. Sangría komt van het Spaans 'sangre' wat bloed betekent en het verwijst uiteraard naar de kleur van de wijn die gebruikt wordt. Je hebt evenveel soorten Sangría als er mensen zijn, maar dit recept vinden wij persoonlijk héél geslaagd.

Recepten voor alcoholische dranken passen misschien niet op een blog over gezond eten, maar wij zijn van oordeel dat het leven leuk moet blijven. Af en toe eens zondigen is ook gezond en als je zelf je zondes brouwt weet je op zijn minst dat er geen chemische rommel in zit.



Wat heb je nodig?
(voor 4 personen)

  • 1 fles fruitige rode wijn, kies niet de goedkoopste wijn maar een wijn die je ook zou drinken zonder toevoegingen
  • 60 ml Triple Sec of Cointreau
  • 45 ml brandewijn of (fruit)jenever
  • 60 ml suikersiroop (30 g suiker eventjes laten opkoken in 30 ml water) of 30 ml agavesiroop
  • 1 grote sinaasappel, 2 kleine citroenen, 2 limoenen (alles bij voorkeur biologisch omdat je de schil gebruikt). Uit dit fruit pers je de hoeveelheid sap die hieronder beschreven staat.

  • 45 ml vers sinaasappelsap (het sap van een halve sinaasappel ongeveer)
  • 30 ml vers citroensap (het sap van één kleine citroen ongeveer)
  • 30 ml limoensap (het sap van één à anderhalve limoen ongeveer)
  • schijfjes sinaasappel, citroen en limoen gesneden uit het fruit dat overblijft na het persen voor het sap

Hoe maak je het?

1. Zet de fles wijn een uur voor je aan het recept begint in de diepvriezer of in een ijsemmer. Leg het fruit in de koelkast.
2. Pers het sap van de citrus vruchten en meet de juiste hoeveelheid af. Je hebt hiervoor een maatbeker nodig met kleine maateenheden, maar ik gebruik een oude zuigfles. Giet het sap in een glazen schenkkan.
3. Meet de Cointreau en de jenever af en giet ze ook in de kan.
4. Voeg de suikersiroop toe en meng alles goed met een lepel.
5. Doe de schijfjes fruit in de kan en giet de rode wijn erop. Meng nogmaals goed, het is van belang dat de suikersiroop, het sap en de wijn goed gemengd zijn zodat er zich geen verschillende lagen vormen. Laat minstens een uur trekken in de koelkast.

Hoe dien je het op?

Traditioneel wordt Sangría in een (glazen) kan met een speciale tuit gepresenteerd. De toegeknepen tuit zorgt ervoor dat de stukken fruit niet in je glas vallen. Het fruit dient dus enkel om smaak te geven aan de wijn, het is niet de bedoeling dat het opgegeten wordt.

Schenk de Sangría in rode wijnglazen en geniet ... met mate, want Sangría lijkt licht maar heeft een hoog alcoholgehalte.

¡Salud!





dinsdag 16 juli 2013

Vegetarische harira met pompoen en kekererwten



Harira is een maaltijdsoep van Arabische oorsprong die quasi het nationaal gerecht van Marokko is geworden. De soep heet daar ook vastensoep omdat hij veel gegeten wordt tijdens de Ramadan. Het is een voedzaam, pittig gerecht waar elke kok zijn of haar eigen toets kan aan geven. In de traditionele soep zit wel (lams)vlees. Dit is een vegetarische variant.

Kekererwten of kikkererwten zijn peulvruchten. Je kan ze gedroogd kopen en dan moeten ze een nacht weken. Ik gebruik meestal een bokaal, die kekererwten kan je zonder weken toevoegen aan je gerecht en ze smaken even lekker.

Rode linzen zien er eigenlijk oranje uit en zijn een topproduct voor de vegetarische keuken. Ze bevatten veel eiwitten, vitamines uit de B familie en heel veel mineralen. Rode linzen gebruiken is niet moeilijk, je voegt ze gewoon toe aan soep of saus. De linzen nemen het vocht op en je krijgt een mooi gebonden gerecht.

Wat heb je nodig?
(voor 2 personen - 4 borden)
  • 2 el olijfolie bakken&braden
  • 300 g ui, in blokjes
  • 2 teentjes knoflook, fijngesneden
  • 1 stengel (bleek)selderij in fijne maantjes gesneden
  • 1 tl versgemalen peper
  • 1 tl kurkuma
  • ½ tl kaneel
  • ½ tl gemberpoeder
  • ½ tl chilipeper (meer of minder, naar smaak)
  • 100 g rode linzen
  • 230 g kekererwten (de netto inhoud uit een bokaal) afgegoten en afgespoeld
  • 10 draadjes saffraan
  • 400g tomatenblokjes uit blik of passata
  • een handvol peterselie, grof gesneden
  • een bos koriander (naar smaak), grof gesneden
  • 300 g hokkaido (Japanse) pompoen in stukken van 3x3 cm
  • 1 kleine el groentebouillon pasta (zoals Herbamare) of 1 bouillonblokje
  • 1 laurierblad

Hoe maak je het?

  1. Doe de olie in een sauteerpan (met hoge rand en deksel) of in een kookpot. Verhit op middelhoog vuur en bak de uien tot ze een beetje kleuren. Zet het vuur lager en voeg de knoflook, de selderij en alle specerijen (peper, kurkuma, kaneel, gemberpoeder, chilipeper) toe. Bak eventjes mee.
  2. Doe hier nu de linzen, de kekererwten, de saffraan, de tomatenblokjes, de peterselie en de helft van de verse koriander bij. Zet het deksel op de pan en laat 15 minuten sudderen op een laag vuur.
  3. Je kan ondertussen de pompoen snijden. Ik gebruik liefst de fel oranje hokkaido pompoen omdat je die niet moet schillen. Snijd voorzichtig de pompoen in twee en schep er met een eetlepel de zaden uit. Leg de snijkant naar beneden op een snijplank en gebruik een groot mes om de pompoen in kleinere maantjes te snijden. Die kan je dan gemakkelijk in blokjes snijden. Doe die blokjes in de pan samen met de bouillon en het laurierblad. Giet er water bij zodat alles onder staat. Zet het deksel weer op de pan en laat nog een half uur sudderen. Als je eerder een stoofpotje wil dan kan je het deksel vroeger verwijderen zodat er wat water kan verdampen.
    Breng eventueel nog op smaak met zout en peper.

Hoe dien je het op?

Schep de maaltijdsoep/stoofpot in een diep bord en versier met verse koriander of bladpeterselie.






Dit recept is geïnspireerd op een recept van Hugh Fearnley-Whittingstall

dinsdag 9 juli 2013

Ovengebakken aubergines met salsa van tomaat en paprika



Salsa is Spaans voor saus. Veel mensen kennen het woord als een vorm van Zuid-Amerikaanse muziek en dans, maar oorspronkelijk was het een mengsel van klein gesneden rauwe groenten met veel kruiden, olijfolie, azijn of citrussap en een peperachtige toets. Deze toets komt van kappertjes of chili's.

Tomaten, paprika’s, aubergines , de zomergroenten bij uitstek maken van dit gerecht  een topper voor warme en zonnige dagen. Deze tapa of lichte lunch is voldoende voor 2 personen. Het vraagt niet veel werk maar je moet er op tijd aan beginnen omdat de rauwe groenten moeten marineren en de aubergines een half uur moeten bakken en dan  afkoelen.

Wat heb je nodig?
  • olijfolie/zout&peper
  • 2 aubergines van ongeveer 300 gram
  • 1 rode of gele paprika in stukjes van 1x1cm
  • 10 rijpe kerstomaatjes (of kleine pruimtomaatjes) in 4 gesneden
  • 1 el rode wijnazijn
  • 2 el kappertjes
  • 1 el kappertjesvocht
  • 1 bol (bio)buffelmozzarella
  • een 20 tal koriander- of basilicumblaadjes

Hoe maak je het? 
Zet de oven aan op 190°C. Snij de aubergines in schijfjes van ongeveer 2 cm dikte, dit gaat vlot met een broodmes. Doe olijfolie in een potje en bestrijk elk plakje aan beide kanten met olie. Ik gebruik daarvoor een  silicone bakborsteltje (kan in de afwasmachine). Om te vermijden dat alles vet wordt leg ik de plakjes aubergine naast elkaar, ik strijk één kant in en dan stapel ik de plakjes op elkaar met de niet bestreken kant naar boven. Daar kan je dan nog eens olie opdoen.
Leg een vel bakpapier op je ovenplaat en verdeel er de aubergineplakjes over. Bestrooi met zout en peper. Laat de aubergines 25 à 30 minuten in de oven tot ze mooi gebakken zijn. Haal ze eruit en laat ze afkoelen.

Je kan ondertussen de salsa maken. Meng de kwartjes kerstomaat met de stukjes paprika, de kappertjes, de azijn,  het kappertjesvocht en 2 lepels olijfolie. Deze salsa moet minstens een half uur marineren, maar kan ook een dag op voorhand gemaakt worden.

Hoe dien je het op?
Leg de aubergineplakken in een schaal, doe er de stukjes mozzarella over en dan de salsa. Bestrooi het gerecht met de koriander-  of basilicumblaadjes.




Dit recept komt uit het boek "Plenty" van Ottolengi.

zaterdag 29 juni 2013

Granola, haver voor mensen

Foto Wikipedia
Sinds een jaar proberen we minder brood te eten. 
Gewoon tarwebrood heeft een hoge glycemische index (GI) die suikerpieken veroorzaakt in het bloed. Op een suikerpiek reageert het lichaam met een dosis insuline om de suikerspiegel te doen dalen. Dit dalen van de suikerspiegel zorgt voor een vermoeid gevoel, de klassieke “dip”.  Bij producten met een lage GI worden de koolhydraten traag afgebroken, de geleverde energie is constanter. Je voelt je minder moe en het vermindert het risico op welvaartsziektes zoals diabetes en hart- en vaatziektes.
Tarwe bevat ook weinig vezels in tegenstelling tot andere graansoorten zoals haver, rogge en gerst die veel vezels bevatten. Voedingsvezels hebben een beschermende werking op darmkanker, ze zijn cholesterolverlagend en vertragen ook de opname van glucose in het lichaam. 

"Wat eet je dan nog?”
is de meest voorkomende vraag als we zeggen dat we brood proberen te vermijden. Wel, wij doen zoals de paarden, we eten haver. J

Haver is rijk aan ijzer, zink, magnesium, vitamines B1 en B6 en antioxidanten.  Haver bevat ook avenanthramiden die vermijden dat cholesterol zich afzet op de bloedvatwanden en het bevat nog allerlei eigenschappen die er een superfood van maken.

“Hoe eet je dan haver?” is de volgende vraag. Dit was ook voor mij een groot vraagteken omdat ik heel slechte jeugdherinneringen heb aan “porridge” of havermoutpap. Desondanks heb ik verschillende versies opnieuw uitgeprobeerd, maar voor mij blijft het een smakeloze, grijze massa.

De oplossing heb ik gevonden in “granola”. Granola (of granula) is een uitvinding van een Amerikaanse dokter op het einde van de 19de eeuw. Het is een soort muesli, maar granola wordt gebakken met een zoetstof en muesli is ‘rauw’.

  
Wat heb je nodig ?
(voor ongeveer 500 g granola)
  • 250 g geplette haver
  • 65 g zonnebloempitten
  • 65 g pompoenpitten
  • 50 g amandelschilfers
  • 30 g kokosrasp (of minder naar smaak)
  • 45 g agavesiroop (of 3 el)
  • 45 g olie (of 3 el)
    Wij gebruiken milde olijfolie voor bakken en braden van Fertilia.

    Dit basisrecept kan je naar wens verrijken met kaneel, andere noten in stukjes, lijnzaad of sesamzaad en gedroogd fruit. Het fruit mag je maar toevoegen als de granola uit de oven is en afgekoeld is. 

Hoe maak je het?
1. Zet de oven aan op 180°C
2. Doe alle droge ingrediënten in een ovenschaal bedekt met bakpapier en meng voorzichtig met je handen. Doe dan de siroop en de olie erbij en roer met een lepel zodat alles verdeeld is over het mengsel.
3. Zet de schaal in het midden van de oven, om de tien minuten moet je het mengsel omroeren. Laat 20 à 30 minuten bakken. Hoe langer het mengsel in de oven staat hoe krokanter het wordt.


Hoe dien je het op?
Ik eet de granola gemengd met fruit. In de zomer gebruik ik vers fruit van het seizoen zoals aardbeien, frambozen, blauwe bessen … Het is ook lekker met (gebakken) bananen, sinaasappels of een restje appelmoes. In de winter gebruik ik geweekt droog fruit, (gebakken) appelpartjes of diepvriesbessen. Je kan er ook stukjes chocolade (72% cacao) onder mengen.
Wie niet houdt van crunchy haver kan de granola een nachtje (of enkele uren) laten weken in een beetje (soja)melk. Je kan het ook eten met (soja)yoghurt of gebruiken als topping op vers fruit.

Hoe bewaar je het?
Granola bewaar je het best in een afgesloten blikken doos of in een glazen pot.





maandag 24 juni 2013

Zomerslaatje met gemarineerde paprika en pecorino

Het originele aan dit slaatje is het gebruik van kappertjes. Het woord kappertje komt van het Perzische kabar of het Arabische qabbār. Kappertjes zijn de bloemknopjes van de plant Capparis spinosa. Deze plant groeide oorspronkelijk in het wild op rotswanden in de landen rond de Middellandse Zee, maar wordt nu gekweekt. De bloemknopjes worden geconserveerd in zout, ingelegd in azijn of in wijn. Kappertjes smaken peperig en licht zuur en zout. De smaak lijkt op die van de Oost-Indische kers waarvan de zaadjes ook kunnen ingemaakt worden als een soort "kappertje". Ook met de kleine bloemknopjes van de paardenbloem kan je kappertjes maken.




Wat heb je nodig?
voor 2 personen
  • 2 gepelde paprika’s (rode of gele)
  • 4 el olijfolie
  • 1 el balsamicoazijn
  • 1 el water
  • ½ tl rietsuiker of gula java
  • 2 takjes verse tijm
  • 1 teen knoflook in dunne plakjes gesneden
  • 2 soeplepels platte peterselieblaadjes
  • 20 basilicumblaadjes
  • 1 el kappertjes (uitgelekt)
  • zout en vers gemalen zwarte peper
  • 30 à 50 g geschaafde pecorino (naar smaak)
    Pecorino kan je gemakkelijk schaven met een dunschiller.
  • 100 g “groene blaadjes”
    Groene blaadjes zijn een mix van jonge slablaadjes, waterkers, jonge rucola, veldsla, jonge spinazie, … alles dat fris en groen is. Maak een mengeling naar smaak of naar marktaanbod, maar zorg voor een peperige ondertoon.


Hoe maak je het?
  1. Begin een dag op voorhand met de paprika’s (zie hiervoor de blog Paprika's zonder vel).
  2. Snij de gepelde en afgekoelde paprika’s in brede repen en giet er de marinade over, dek af. Laat minstens een uur maar liefst een hele nacht marineren.
  3. Voor de marinade klop je 2 el olijfolie, 1 el balsamicoazijn, 1 el water, ½ tl rietsuiker, 2 takjes tijm, de plakjes knoflook  en een beetje zout en peper door elkaar.

Hoe werk je het af?

Meng de groene blaadjes voorzichtig met de peterselie en de basilicumblaadjes, doe er de kappertjes bij en de geschaafde pecorino. Verdeel over twee borden en werk af met de reepjes paprika, de marinade en indien nodig nog wat peper en zout.



Dit slaatje dat je kan eten als voorgerecht of als lichte avondmaaltijd is geïnspireerd door een recept van Ottolenghi.


zondag 16 juni 2013

Paprika's zonder vel



In de Verenigde Staten loopt een campagne die de Amerikanen wil aansporen om 5 porties groenten en fruit per dag te eten. Een gelijkaardige campagne bestaat ook bij ons, wat is daar dan zo speciaal aan? De Amerikaanse campagne heeft een originele invalshoek, namelijk kleur en ze heet dan ook “5 a day, the color way”. Volgens onderzoeker Daniel Nadeau is een maaltijd pas echt gezond als hij 5 kleuren groenten of fruit bevat: wit, blauw(paars), rood, groen en oranjegeel. De kleurpigmenten in groente en fruit zouden namelijk allemaal een ander effect hebben op de gezondheid. Het pigment rood is bijvoorbeeld heel goed voor het hart en de bloedsomloop.

Het boek heet "The Color Code" en het lijkt me vooral een ludieke manier om mensen aan te sporen meer gevarieerd te eten. Wat er ook van zij, ik hou van de kleur rood en ben verslaafd aan aardbeien, kersen, bessen allerhande maar ook aan tomaten en rode paprika’s. Nu de zomer in aantocht is kunnen we weer genieten van slaatjes en dipsausjes met deze kleurrijke groenten.

De rode paprika is een welkome gast op ons zomerbord, maar is soms moeilijk te verteren. Traditioneel wordt dan verteld dat je de paprika moet blakeren boven de vlam van je gasvuur om het velletje gemakkelijk los te krijgen. Heel handig als je geen gasvuur hebt J . Die zwarte velletjes plakken trouwens overal aan. Enkele weken geleden las ik het boek My Berlin Kitchen van foodblogster Luisa Weiss en zij onthulde het geheim van haar moeder, een echte Italiaanse mama. Rode paprika’s moet je 45 minuten in een oven leggen van 190°C, af en toe eens omdraaien en dan kan je het velletje er in één keer afhalen. De paprika’s zijn gaar, maar stevig en klaar voor gebruik. Ik maak er altijd een aantal tegelijk klaar en durf er ook al eens een paar ingeprikte aubergines bijleggen, kwestie van de energie van de oven nuttig te gebruiken. De ontvelde paprika’s kan je enkele dagen bewaren in de koelkast als je er een laagje olie over giet. De gegaarde aubergines kan je gebruiken voor een lekkere dipsaus.



 Hoe ga je te werk?
  • Warm de oven voor op 190°C
  • Was de paprika's en leg ze op de rooster van de oven
  • Leg ook een ovenplaat in de oven met daarop een schaal om het vocht van de paprika's op te vangen
  • Laat de paprika's 45 minuten in de oven en draai ze af en toe om zodat ze gelijkmatig bakken. Op het einde van de baktijd kan je ze recht zetten
  • Haal de paprika's voorzichtig uit de oven en leg ze een tiental minuten in een schaal of plastic doos die je kan afdekken. Door de damp zal het velletje loslaten
  • Trek eerst voorzichtig de steel uit de paprika, op die manier heb je al een deel van de zaadjes mee
  • Trek dan voorzichtig het velletje eraf, meestal kan je het in één stuk eraf halen
  • Trek of snij de paprika open en haal de rest van de zaadjes eruit
  • Laat uitlekken


zaterdag 8 juni 2013

Knabbel je gezond - cashewnoten gekruid met kurkuma


Kurkuma of koenjit is een specerij gewonnen uit de plant Curcuma longa of geelwortel. Deze plant die op gember lijkt groeit het best in warme en vochtige gebieden. Na de bloei worden de wortelstokken geoogst, ondergedompeld in kokend water en gedroogd in de zon. De gele kleur ontstaat onder invloed van de zon. Na het drogen worden de wortelstokken vermalen tot het gekende gele poeder.
Geelwortel is mild bitter van smaak en het is de basis van elk kerriemengsel (in Vlaanderen meestal “curry” genoemd) waar het de mooie gele kleur aan geeft.
Kurkuma is niet alleen lekker maar ook zeer gezond. Curcumine, het belangrijkste bestanddeel van kurkuma, heeft ontstekingsremmende,  ontgiftende en antimicrobiële eigenschappen. Het wordt dan ook al lang gebruikt in de Ayurvedische geneeskunde. Recent onderzoek heeft aangetoond dat curcumine preventief werkt tegen bepaalde kankers en Alzheimer.


De cashewnoot is het zaad van de cashew, een boom die enkel in de tropen groeit. Cashewnoten bevatten veel mineralen en vitaminen, ze bevatten minder vet dan andere nootjes en dan nog vooral de gezonde enkelvoudige onverzadigde vetzuren. Regelmatig cashewnoten eten is goed voor het hart.
  


Wat heb je nodig voor een portie gezonde borrelnootjes?
  • 150 g ongezouten cashewnoten (biowinkel)
  • 1 eetlepel olijfolie
  • 1 theelepel kurkuma in poeder
  • 1 theelepel komijn in poeder
  • ½ theelepel kaneel in poeder
  • 1 theelepel halfgrof zeezout

Hoe maak je het?
  1. Meng de 4 specerijen in een schaaltje.
  2. Doe de olie in een koekenpan die je verhit op halfhoog vuur en giet de nootjes erbij. Roer een beetje om zodat de nootjes bedekt zijn met olie. Blijf roeren en hou de warmte van je pan in de gaten, nootjes branden snel aan. De nootjes gaan beginnen knisperen en lekker ruiken, dan zijn ze klaar.
  3. Giet ze in het schaaltje terwijl ze nog warm zijn en meng goed tot alle nootjes gekruid zijn.

Dit recept komt uit het kookboek "Lekker lang jong" van C. ten Houte de Lange en N. van Lindonk